Spoiler Alert: De dood, de enige zekerheid in het leven. Een reis waarvan niemand is teruggekeerd om ons te vertellen wat het inhoudt. Maar ik kan je wel vertellen wat het betekent voor degenen die achterblijven. Het is een mix van gemis, een voelbare leegte en onmetelijke miserie.
Vanaf het moment van overlijden krijg je als achterblijver – ik dus- 4 maanden de tijd om alle bezittingen en de volledige nalatenschap vast te stellen. Deze inventarisatie is een controle voor de overheid om de belastingen te berekenen. Ironisch genoeg ontneemt de dood niet alleen een toekomst, maar ook een deel van het spaargeld dat wij SAMEN met zorg en hard werken hebben vergaard. En waarom? – Het lijkt wel een macabere vorm van belasting op verdriet. De enige die rijker wordt van een overlijden, is de Overheid. Gedurende deze moeilijke periode is er geen helpende hand die uitleg verschaft over wat te doen. En ik weet niet hoe het zit voor jou? Maar voor mij was dit een eerste keer, ik ben geen expert hierin. Ik wil dit ook eigenlijk niet vaker doen. Ja, je kan een notaris onder de arm nemen, maar ook daar betaal je voor. En dat geld dat je spaarde én belasting over hebt betaald, lijkt opnieuw te verdwijnen. Misschien begrijp ik het concept van “successierechten” niet volledig, want een “succes” is het allesbehalve.
En dan de veronderstelde redding: “Maar je hebt toch recht op een weduwepensioen.” – Dat zou je denken. Daar ben ik te jong voor! Ik ben niet te jong om te trouwen en weduwe te worden, maar ik ben wel te jong om weduwerechten te krijgen.

Desalniettemin sta ik hier, met opgroeiende kinderen die kosten met zich meebrengen, die (hopelijk) willen studeren, die misschien gaan beugelen, en onze vaste uitgaven dalen niet. Hoewel we een mond minder te voeden hebben, blijken onze vaste lasten onverminderd door te gaan: brandverzekeringen, energierekeningen, waterkosten, en telecomfacturen blijven onverstoorbaar. De uitgaven blijven gelijk, terwijl de inkomsten halveren. Wat dan?
Een “overgangsuitkering,” zo heet het. Met deze uitkering kan ik een deel van Kevin’s inkomen voor de komende vier jaar opvangen. Merk op dat ik zei “een deel” – het vult lang niet alles aan. Het belet me ook om in aanmerking te komen voor andere ondersteuningen. Alsof het niet genoeg is om al leegte op te vullen, slaat de overheid een extra gat in mijn financiële stabiliteit doordat een groot deel alsnog terugstroomt in de vorm van belastingen.

Ik lees de een getuigenis na de ander van jonge weduwen die plots torenhoge belastingen moeten betalen. Dat boezemt mij enorme angsten in. Wat is die “overgangsuitkering” dan. Duidelijk geen hulpmiddel.
Wij weten nog steeds niet waaraan Kevin is overleden, het onderzoek is nog steeds lopende. Maar ondertussen is de overheid al wel geïnteresseerd in wat ze aan zijn overlijden kunnen “verdienen.” Ik voel me dan ook enorm in de steek gelaten door de instantie die er zou moeten zijn om ALLE inwoners te beschermen en te ondersteunen.

