Het is bijna een jaar geleden dat ik uitviel op het werk.
Een zin die ik lang niet kon uitspreken zonder schuldgevoel. Zonder het gevoel dat ik gefaald had. Want ik was altijd degene die doorging. Altijd degene die zei: “Ik doe dat wel.” “Ik neem dat er nog wel bij.” Zelfs tijdens mijn verlof bleef ik werken. Stilzitten? Dat kende ik niet.
Tot mijn lichaam op de rem ging staan. Een tijdje terug schreef ik al over mijn knik. Over hoe ik mezelf ergens onderweg kwijtgeraakt was. Maar hoe langer ik stilsta bij alles wat gebeurd is, hoe meer ik besef dat ik mezelf misschien al veel eerder kwijtgeraakt ben. De dag dat ik Kevin verloor, verloor ik ook een stukje van mezelf
Ik ben niet meer dezelfde persoon als voordien.
En misschien heb ik daar het langst tegen gevochten. Ik bleef zoeken naar de oude versie van mezelf. De sterke. De altijd positieve. De persoon die alles aankon.
Tot ik begon te beseffen dat die zoektocht nergens naartoe ging. Want misschien moest ik mezelf niet terugvinden.Misschien moest ik mezelf opnieuw leren kennen.
Wie ben ik nu?
Wie ben ik zonder hem?
Wat heb ik nodig?
Waar liggen mijn grenzen?
Zes maanden bleef ik thuis. Zes maanden waarin ik hard gewerkt heb aan mezelf. Niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar misschien wel het moeilijkste werk dat ik ooit gedaan heb. Ik leerde luisteren naar mijn lichaam. Ik leerde dat moe zijn niet hetzelfde is als lui zijn. Ik leerde dat grenzen aangeven geen zwakte is.

Terug aan het werk
In januari begon ik opnieuw te werken. Niet omdat ik er helemaal klaar voor was, maar ook omdat de financiële realiteit niet wacht. De druk was groot. Langer thuisblijven voelde voor mij gewoon niet meer als een optie. Voor ik terug begon, had ik verschillende gesprekken met mijn leidinggevende over mijn terugkeer. Over de invulling van mijn job. Over mijn grenzen. Over hoe we ervoor konden zorgen dat ik niet opnieuw in dezelfde valkuilen zou stappen. Tijdens die gesprekken werd ook één ding duidelijk: mijn ambities moesten voorlopig even in de koelkast. En eigenlijk vond ik dat toen helemaal niet erg. Na alles wat gebeurd was, voelde dat als een kleine opoffering. Eentje die ik met plezier maakte. Voor mezelf. Voor mijn herstel. Voor mijn kinderen. Dat was op dat moment mijn absolute prioriteit.
Maar eerlijk? Ik was doodsbang.
Bang om opnieuw overal “ja” op te zeggen. Bang om opnieuw iedereen op de eerste plaats te zetten, behalve mezelf. Bang om terug te vallen in de patronen die mij uiteindelijk deden uitvallen. En toen gebeurde er iets wat vier jaar geleden ondenkbaar was. Ik nam ouderschapsverlof op.
Eén dag per week.
Elke maandag.
Mijn dag.
Een dag zonder moeten. Een dag om te ademen. Om te doen wat mij energie geeft. Om gewoon Melanie te zijn. Als je dat vier jaar geleden tegen Kevin had gezegd, had hij waarschijnlijk heel hard gelachen. “Zij? Ouderschapsverlof? Never.” En hij had gelijk gehad. Want vroeger werkte ik zelfs tijdens mijn verlof nog door. Rust voelde bijna ongemakkelijk. Alsof ik altijd nuttig moest zijn om waardevol te zijn.
De afgelopen maanden draaiden voor mij dan ook vooral om één ding: leren mijn grenzen bewaken.
Misschien soms zelfs iets té. Maar het is een zoektocht.
Ik merk namelijk hoeveel gevoeliger ik geworden ben aan prikkels. Dingen waar ik vroeger nooit bij stilstond, komen vandaag veel harder binnen. Zo weet ik ondertussen perfect wanneer de noodverlichting aanspringt omdat iemand passeert. Inclusief het tikkende geluid dat daarbij hoort. Ik besefte ook hoeveel mensen er eigenlijk constant langs ons eiland wandelen. Het nadeel van een open workspace.
En dan heb ik het nog niet over de momenten waarop er rondom mij drie gesprekken tegelijk bezig zijn. Iemand zit in een online meeting, een paar bureaus verder staat er muziek op en ondertussen probeer ik mij te concentreren op mijn eigen werk. Vroeger filterde mijn hoofd dat allemaal vanzelf weg. Vandaag lijkt elk geluid even luid binnen te komen. Alsof mijn hersenen niet meer kunnen kiezen wat belangrijk is en wat niet.
Het lijken banale dingen. Tot je merkt hoeveel energie ze van je vragen.
De dinsdagen op kantoor waren op een bepaald moment echt een hel. Tegen drie uur in de namiddag was ik compleet uitgeput. Met zware hoofdpijn als gevolg. Wanneer ik thuiskwam, was er vaak niets meer van mij over. Terwijl net daar mijn tweede job begon: mama zijn. Toen ik dit probeerde aan te kaarten, had ik het gevoel dat er weinig begrip voor was. Dat heeft me op dat moment echt een knik gegeven in mijn werkplezier. Of misschien beter gezegd: in mijn gevoel van veiligheid. Want ik was teruggekeerd met de afspraak dat ik mijn grenzen mocht aangeven.
Maar wat als je het gevoel krijgt dat die grenzen niet gehoord worden? Of niet gerespecteerd? Hoe kan je vertrouwen opbouwen wanneer je constant energie moet steken in het bewaken van jezelf? Wanneer je altijd alert moet blijven omdat je bang bent opnieuw over je eigen limieten te gaan? Die frustratie heeft weken in mij gezeten.
Tot ik opnieuw het gesprek ben aangegaan. En eerlijk… vandaag voel ik mij wel gehoord.
Ik heb de indruk dat er echt iets met mijn bezorgdheden gedaan werd. Het vertrouwen is er nog niet helemaal. Dat groeit stap voor stap. Maar ik merk wel dat ik mijn constante waakzaamheid stilaan kan loslaten. Ik hoef niet meer voortdurend op mijn hoede te zijn. En daardoor gaan de dagen op kantoor ook opnieuw beter.
Niet dat alles perfect loopt.
Maar wel dat je voelt dat je gehoord wordt wanneer iets moeilijk is. Dat je niet voortdurend hoeft te vechten om je grenzen te bewaken. Terwijl ik mijn draai opnieuw begon te vinden, gebeurde er nog iets. Heel stilletjes begon de ambitie, die ik bewust even in de koelkast had gezet, weer te ontdooien. Ik doe mijn job nog altijd ontzettend graag. Maar ik merk dat ik opnieuw ideeën krijg. Dat ik opportuniteiten zie. Dat ik opnieuw wil meedenken, initiatief wil nemen en bouwen. En dat verraste me misschien nog wel het meest.
Want dat betekent niet dat ik opnieuw harder wil lopen dan mezelf toelaat. Integendeel. Ik wil alles wat ik het afgelopen jaar geleerd heb, net blijven vasthouden. Maar het feit dat ik opnieuw ideeën krijg en opportuniteiten zie, is voor mij het teken dat ik niet langer alleen aan het overleven ben. Dat er opnieuw ruimte ontstaat om vooruit te kijken. Om te groeien. Om voorzichtig opnieuw te dromen.
Alsof ik stilaan weer op mijn positieve kom.

Want ook privé stonden de afgelopen maanden niet stil.
Er moesten beslissingen genomen worden. Grote beslissingen. Beslissingen over de toekomst. Over mijn planning. Over Casper. Beslissingen die ik vroeger nooit alleen had moeten nemen. En dat blijft misschien nog altijd het moeilijkste van heel dit verhaal.
Geen rechterhand meer hebben. Niet kunnen zeggen: “Wat denk jij?” Niet samen de verantwoordelijkheid dragen. Dat gemis voel ik nog elke keer wanneer er een belangrijke beslissing op tafel ligt. Zo hoort het nog steeds niet. Ik zeg vaak tegen de kinderen: “We doen dat zo slecht nog niet met ons drie.” En dat meen ik ook.
Maar tegelijk voel ik ook hoe zwaar het soms is. Hoeveel energie deze maanden gevraagd hebben. Ik heb bewust afstand genomen van dingen en mensen die mij energie kostten. Niet omdat ze niet belangrijk waren, maar omdat ik simpelweg geen energie meer over had. Werk, de zoektocht naar mijn grenzen en alle beslissingen die genomen moesten worden, trokken mij leeg.
En nu het werk stilaan stabiliseert, voel ik dat ik opnieuw verder kan kijken. Stap per stap.
Want terug gaan werken is niet gewoon terug beginnen.
Het voelt niet zoals ervoor. Je neemt jezelf mee. Inclusief alles wat je meegemaakt hebt. Inclusief de littekens die niemand ziet.
Vandaag begrijp ik veel beter waarom een progressieve opstart zo belangrijk is. Alleen moet het natuurlijk ook financieel haalbaar zijn. De financiële druk, de praktische gevolgen en de realiteit die gewoon blijft doorgaan terwijl jij probeert recht te krabbelen, maakten dat een langere afwezigheid voor mij geen optie meer was. Die extra stress maakte het voor mij onmogelijk om mijn terugkeer nog langer uit te stellen.
Ik ben dus terug gaan werken. Niet omdat ik er volledig klaar voor was. Maar omdat het leven soms niet wacht tot ik er klaar voor ben. En misschien is dat wel de belangrijkste les van het afgelopen jaar.
Herstellen betekent niet dat alles weer wordt zoals vroeger. Het betekent dat je leert leven met een nieuwe versie van jezelf. Eentje die haar grenzen kent. Eentje die af en toe nog struikelt.
Maar ook eentje die opnieuw durft te dromen.


